Vering - Opgehelderd

Het wordt wel eens een duistere kunst genoemd, maar je hoeft je niet druk te maken over je vering. We zijn eens gaan praten met de experts van het door Castrol ondersteunde Honda Gresini MotoGP-team om er achter te komen hoe het werkt.
Je eigen vering afstellen kan een intimiderend vooruitzicht zijn. Er is een schijnbaar oneindig aantal instellingen en combinaties. Maar je fiets aan je eigen stijl aanpassen kan een zeer bevredigend gevoel opleveren. En het kan je heel veel geld besparen. Daarom hebben we wat eenvoudige regels opgesteld: eerst kijk je naar de statische sag-niveaus aan de achterkant en de voorkant. Dat is de vering die goed moet zijn voordat je verder gaat afstellen.

ACHTERVERING

Eerst til je het achterwiel zo ver als je kunt op zonder dat het van de vloer afkomt. Meet de verlenging tussen de twee punten - wiel-tandwiel op. Een herkenbaar punt op het achtergedeelte werkt hierbij het beste. En schrijf dit op. Vraag nu aan iemand om de achterkant van je fiets vast te houden terwijl je de fiets op een neer laat stuiten. Hieruit volgt de ophanging in de rustpositie. Je fiets moet lager zijn dan toen hij 'topped out' was. Meet het verschil tussen de twee punten en je hebt je statische sag gevonden.

VOORVERING

Til ook hier de voorkant op om de volledige verlenging tussen de wielnaaf en de onderste vork te meten. Laat dan op de vork stuiten en hem terugkeren naar zijn natuurlijke rustpunt. Meet dan opnieuw. Idealiter wil je een niveau van tussen 20 en 30 mm statische sag hebben tussen de achterkant en de voorkant. Als je dat voor elkaar hebt, bind je een cable-tie om het glijgedeelte van de vork. Je kunt dan zien hoeveel de vork beweegt als je remt. Alweer idealiter wil je ongeveer 10 - 15 mm overhouden.

Nu je dit allemaal hebt vastgesteld, kun je een paar problemen gaan onderzoeken die mogelijk met je fiets hebt. En wat je kunt afstellen om er ze op te lossen. Dit doe je het liefste op dezelfde dag. Pas een en ander aan, en maak daarna een rit langs dezelfde route. Kom terug, schrijf de veranderingen op die je hebt bemerkt. Daarna herhaal je de procedure weer. Probeer alles op dezelfde dag te doen omdat dan het weer en de wegomstandigheden hetzelfde zijn.

ALGEMEEN VOORKOMENDE PROBLEMEN OPLOSSEN

Vork zakt uit of 'stuit' of 'klappert' bij het remmen: Geef meer voorspanning op de vorken voor meer ondersteuning. Ga een eindje rijden en kijk waar de kabel is. Is hij bij de onderkant van de vork, en dus verder dan onze 'ideale' 10 15 mm speling? Zo ja dan kun je eventueel wat extra druk toevoegen en een verlenging minder maken. In het gunstigste geval los je het zo op. In het ongunstigste geval heb je stijvere veren nodig, of moet je dikkere vorkolie gebruiken.

De fiets krijgt 'klappen op het stuur'": Gewoonlijk gebeurt dit als de achterkant van de fiets te 'zacht' is en onder druk te veel inzakt. Geef wat meer voorspanning achter, een slag per keer. Voeg ook een beetje compressie toe. Als dit niet helpt: schroef je de achterste verlenging wat terug. Als het aanhoudt heb je mogelijk stijvere veren nodig voor achteraan. Als de fiets oud is of een zwaar leven achter de rug is, moeten de schokdempers misschien wat aandacht krijgen.

De fiets onderstuurt of houdt in een bocht de rijlijn niet aan. De fiets is aan de voorkant te hoog. Voeg meer verlenging of rijhoogte aan de achterkant toe. Als je de rijhoogte niet kunt aanpassen, voeg je aan de achterkant meer spanning toe. Maar wees daar voorzichtig mee. Door te veel rijhoogte of spanning kun je te weinig grip aan de achterkant krijgen: breng de spanning een slag terug. En draai de compressiedemper een paar kliks terug.

Klappen op het stuur, ondersturen en een losse achterkant kunnen betekenen dat je te dicht aan de limiet rijdt. Pas je altijd aan de wegomstandigheden en de snelheidsbeperkingen aan en rij veilig.

Uiteindelijk is het instellen van je fiets iets persoonlijks. Of het nu om statische sag gaat of verlenging aan de achterkant: het is belangrijk om er achter te komen wat voor jou werkt.

DE BESTE TIPS

Controleer je bandenspanning! Er ontstaan meer problemen bij het hanteren van je motorfiets door een onjuiste bandenspanning dan de verkeerde instelling van de vering.

Als je fiets goed aanvoelt, moet je niets veranderen. Het is niet nodig!

Je hoeft je er geen zorgen over te maken dat iets veranderen tot grote, nadelige gevolgen voor het hanteren van je fiets leidt. De gemiddelde wegmotor is niet zo grillig en gevoelig als een racemotor. Zelfs grote veranderingen maken je fiets niet onhanteerbaar. Ook de onderdelen van de vering zijn ontworpen om over een breed scala aan wegcondities hun werk te doen: nat of droog, met one-up of two-up.

Maak je geen zorgen als je je vering wilt aanpassen: Je kunt altijd aan de hand van de gebruikersinstructies de instellingen weer terugzetten.

Schrijf de dingen op! Heel belangrijk! Schrijf de instelling op waar je mee bent begonnen en elke verandering die je maakt
Vraag iemand om je te helpen bij het bewegen van je motorfiets.

VAKTAAL VERKLAARD

Voorspanning: Dit is de hoeveelheid kracht die je in een veer aanbrengt voordat een belasting (de rijder of remkracht) wordt toegepast. Zonder voorspanning zou je fiets te veel onder zijn eigen gewicht doorzakken en de veren nauwelijks bewegen.

Schokdemping: Dit bepaalt hoeveel je veren 'terugstuiten' of  'terugveren' als ze worden ingedrukt. Zonder terugveerdemping zou je uit je zelfs door de kleinste hobbels al uit je zadel stuiten.

Compressiedemping: Dit bepaalt de snelheid waarmee veren onder belasting (bijvoorbeeld remmen, versnellen of over een oneffenheid rijden) worden ingedrukt. Te veel compressiedemping en het rijden is hard en onaangenaam, te weinig en je fiets houdt niet meer op met stuiteren.

VOORVORK

Stelschroeven voor voorspanning: deze vind je bovenaan de benen van de vork. Gewoonlijk heb je een 14 of 17 mm sleutel nodig om ze af te stellen. Aanpassen gebeurt door te draaien. Het wordt gemeten door de ringen op het zichtbare gedeelte van de stelschroeven.

Schokdemping: De stelschroeven voor schokdemping zijn de platte schroefnippels bovenaan de vork. Aanpassen wordt gemeten in slagen of halve slagen. Sommige maken een hoorbare 'klik' bij het aanpassen, dan kun je ze gemakkelijk tellen.

Compressiedemping: Wordt aangepast met een schroefje onderaan elk been van de vork. Net als bij schokdemping tel je elke halve slag terwijl je aanpast. Vergeet niet om elk been dezelfde hoeveelheid te geven.

ACHTERSCHOKDEMPER

Stelschroeven voor voorspanning: je vindt een afdekring met een omschrijving op de achterste schokdemper. Soms vind je die aan de onderkant, maar meestal aan de bovenkant van de schokdemper. Je hebt de C-sleutel uit je gereedschapsset hier voor nodig. Lees de instructies in je handboek nauwkeurig voor de standaardinstelling.

Schokdemping: Ook dit is gewoonlijk een stelschroef die je aan de onderkant van de schokdemper vindt. Het is vaak moeilijk om er bij te komen.

Compressiedemping: Nog een kleine stelschroef die op de bovenkant van de schokdemper zit. Of op enige afstand, op het reservoir, als je schokdemper er al een heeft.

Rijhoogte: sommige moderne sportmotorfietsen hebben dit niet. Het is een stelschroef die zich bovenaan of onderaan de schokdemper bevindt die de achterkant van de fiets omhoog duwt, zodat er gewicht naar de voorkant wordt verplaatst. Je fiets reageert daardoor sneller op je stuur. Veel accessoire schokdempers hebben deze aanpassing.